De Tulpenmanie in de 17e eeuw.


In een tijd van crisis kan het interessant zijn om eens terug te kijken naar voorgaande crisissen die een grote impact hebben gehad op de samenleving. Een mooi voorbeeld van hoever speculatie en hebzucht kan gaan.

Hier volgt de eerste in een reeks die “Beleggenmetkennis” u aanbiedt.

De meesten onder u zullen er wel van gehoord hebben: de Tulpenmanie. De beruchte windhandel in tulpen, die van 1634 tot 1637 in Nederland plaats vond en die, ofschoon hier van effectenspeculatie geen sprake was, bekend staat als de eerste ware speculatiekoorts in de Europese geschiedenis.


In die tijd waren tulpen de meest gevraagde bloemen, niet alleen bij de tuinbouwkundigen, maar ook bij de "dames der uitgaande wereld" in Parijs en andere Europese centra.

Grote bedragen werden er betaald voor zeldzame exemplaren en men meende, dat de tulpenhandel zulke grote mogelijkheden voor Nederland opende, dat de verschillende gilden en tuinbouwverenigingen in die tijd enorme prijzen uitloofden voor bollen met bijzondere kleur en tekening. De toenmalige Tuinbouwkundige Vereniging van Haarlem loofde een prijs van honderd duizend gulden uit voor een volkomen zwarte tulp, terwijl de stad Haarlem hieraan nog een gelijk bedrag toevoegde. Voor die tijd uiteraard een ongekend vermogen.


 In het begin berustte de tulpenhandel op reële grondslag. Vóór 1634 immers bleef de handel beperkt tot ik ben financieel onafhankelijkberoepstuiniers en deskundigen, terwijl de tulpenbollen uitsluitend werden gekocht en verkocht voor teeltdoeleinden. Maar gedurende 1634 begonnen ook anderen, die niets met de bloembollenteelt te maken hadden, bollen te kopen en te verkopen en de grote speculatie begon. Onder deze kopers bevonden zich wevers, spinners, schoen1appers, bakkers en andere kleine ambachtslieden. In twee artikelen in de Economisch-historische Jaarboeken van 1926 en 1927: "De speculatie in tulpen in de jaren 1636 en 1637", deelt Prof. Mr. N. W. Posthumus mee, hoe de verkoop der bollen oorspronkelijk per gewicht ging, en wel per "aas" (ongeveer 1/20 gram).


Toen de speculatiewoede grote afmetingen aannam, werden andere verkoopmethoden ingevoerd: zo werden de gewone bollen per duizend aas (= 50gram) tegelijk verkocht, terwijl de meer ordinaire soorten per pond, per mand, per bed of per tuin werden verhandeld.

In bovengenoemde bijdragen van prof. Posthumus worden ook enkele voorbeelden gegeven  van de scherpe prijsschommelingen, die zich al spoedig voordeden.

Een bollenkweker had bijv. een "Gheel ende Root van Leyden" met een gewicht van 515 aas verkocht voor 45 gulden, terwijl de nieuwe eigenaar de bol even later weer voor 550 gulden van de hand deed. Een "Gouda"-bol van 20 aas, gekocht voor 20 gulden, werd verkocht voor 225 gulden, terwijl "Gheele Croonen" in één maand tijd stegen van 21 tot meer dan 1000 gulden, "Witte Croonen" gingen van 125 naar 3600 gulden per pond en een "Vice Roy" werd voor 6700 gulden van de hand  gedaan. Cijfers, die duidelijk aantonen, welk een verbazingwekkende omvang de speculatie had bereikt.


 Was, zoals reeds gezegd, de handel in het begin reëel, met het toenemen van de speculatie bleken de bollen zelf niet meer dan waardemeters te zijn geworden. De kopers kochten uitsluitend met het doel, weer met winst te verkopen en merendeels zouden zij in werkelijkheid niet in staat zijn geweest te betalen, indien de verkoper inderdaad zou hebben geleverd. Het feit, dat het grootste deel van den handel termijnhandel was, werkte deze windhandel ten zeerste in de hand.

Met andere woorden, het werd een "boom" op papier, waarbij de bollenprijzen tot een belachelijk hoog peil stegen als gevolg van een enorme vraag en een min of meer schaars aanbod.


De rage duurde in toenemende mate twee tot drie jaar. Toen kwam de onvermijdelijke ineenstorting. De grote vraag had eindelijk ook een sterk vermeerderd aanbod doen ontstaan. De kopers waren niet alleen niet geneigd, doch in vele gevallen niet in staat om de gekochte goederen te accepteren. Het vertrouwen was geschokt en de prijzen van de bollen kelderden nog vlugger dan ze waren gestegen. De toestand werd in een ommezien zo ernstig, dat speciale wettelijke maatregelen nodig werden. Deze schreven voor, dat wanneer een koper weigerde de bollen te accepteren, de verkoper ze zo goed mogelijk kon verkopen, waarna echter de eerste verantwoordelijk bleef voor het door de laatste geleden verlies. Vervolgens werd door burgemeesters en wethouders van Haarlem een soort moratorium verleend. Dit tussenbeide komen van officiële zijde leidde tot het aangaan van een groot aantal akkoorden, waarbij de speculanten een zeer klein percentage van de koopprijs in volledige afdoening betaalden.


In 1638 werd een commissie benoemd, die moest trachten, een vriendschappelijke regeling ten aanzien van het grote

aantal onuitgevoerde contracten te bewerkstelligen. De Haarlemse overheid machtigde de commissie alle contracten te annuleren tegen betaling van een afkoopsom, door de koper aan de verkoper te voldoen, ten bedrage

van 3½ % van de contractprijs.

Terwijl het grote publiek, dat aan deze windhandel had deelgenomen, aanzienlijke verliezen leed, werd het grootste verlies toch gedragen door de bollenkwekers zelf. Zij hadden hun bollen gekweekt en verkocht zonder in vele gevallen de tegenwaarde te ontvangen en de bollenindustrie bleef gedurende vele jaren financieel volkomen gedesorganiseerd als gevolg van de rage.


De bedragen, die in de tulpenspeculatie werden verloren, zijn niet bekend, doch met zekerheid kan gezegd worden, dat duizenden kleine speculanten niet alleen al hun beschikbare geld hebben verloren, maar ook het merendeel van hun hebben en houden, daar een aanzienlijk deel van de bollenhandel werd gedreven tegen betaling in alle mogelijke goederen. Posthumus noemt als zodanig: koeien, fruit, wijn, stoffen, zilver, paarden, voertuigen, land, huizen, winkelneringen en schilderijen. Zoals het geval is bij elke hoogconjunctuur, waren er handelaren, die vroeg genoeg de “meltdown” zagen aankomen; op tijd hun winsten incasseerden en de speelzaal verlieten. Maar over het algemeen genomen bleek de tulpenkoorts een zeer kostbare geschiedenis te zijn geweest.


De Tulpencrisis is een prachtig voorbeeld van hoever speculatie en hebzucht kan gaan. In de bijna vierhonderd jaar daarna zouden nog vele crisissen volgen. De menselijke natuur is van dien aard dat deze ook tot in de verre toekomst zullen blijven bestaan, zolang er speculatieobjecten en speculanten zijn.. Hebzucht is nu eenmaal een onuitroeibare drijfveer.



Terug naar Beurstips

Actueel Beursnieuws en Financieel Nieuws