Fundamentele Analyse


Onder fundamentele analyse verstaat men een analyse gebaseerd op de financiële en economische situatie van een onderneming. De kengetallen zijn hier een onderdeel van.

.


Voor een goede analyse is het noodzakelijk te beschikken over de financiële verslagen van de afgelopen vijf jaar van de onderneming die men 'doorlicht'. Bovendien moet men de meest recente berichten over de gang van zaken in het afgelopen halfjaar/kwartaal, alsmede berichten over fusies, uitbreidingen, verslagen van aandeelhoudersvergaderingen enz. in de analyse betrekken.


Ook is van belang te weten wie de bedrijfsvoerders zijn en welk accountantskantoor de accountantsverklaring afgeeft.


Vervolgens wordt onderzocht, waaruit de activiteiten van de onderneming bestaan. Veel bedrijven zijn op meer dan één terrein actief. Een bedrijf als AKZO houdt zich naast de productie van vezels voor de kledingindustrie ook bezig met de vervaardiging van verven. De ontwikkelingen in de huizenbouw zijn voor dit laatste product dus belang­rijk.


Het financiële verslag (jaarverslag), dat de onderneming jaarlijks publiceert, vormt min of meer de basis voor de fundamentele analyse.


Onder het financiële verslag verstaat men de schriftelijk door de leiding van een onderneming afgelegde verantwoording en verstrekte informatie jegens vermogensverschaffers en andere belanghebbenden, over het in het afgelopen boekjaar gevoerde beleid, veelal aangevuld met een verwachting voor het komende boekjaar. Hieruit blijkt, dat het financiële verslag de volgende functies heeft:


- middel tot verantwoording (jegens de aandeelhouders)

- informatiemiddel (voor aandeelhouders, vreemd vermogensverschaffers, werknemers, e.a.).


Dan is er een onderverdeling te maken in cyclische aandelen en defensieve aandelen.


Onder cyclische aandelen verstaat men conjunctuurgevoelige aandelen. De winsten van deze aandelen zullen vrij sterk door de op- en neergaande bewegingen van de betreffende bedrijfstak, dan wel door de bewegin­gen van de conjunctuur worden beïnvloed.

Defensieve aandelen zijn minder conjunctuurgevoelig (bv. levensmiddelen- en nutsbedrijven). Zij geven veelal een goed rendement, maar de groeimogelijkheden zijn beperkt.


De toeneming van de omzet, zowel in geld als in hoeveelheid producten (volume), over de afgelopen jaren, is een belangrijk gegeven. De omzettoenames worden in een percentage ten opzichte van het voorgaande kwartaal, halfjaar en jaar uitgedrukt.

De analist onderzoekt verder de toename (of afname) ten opzichte van de totale marktsector (dus eigenlijk ten opzichte van de concurrentie). Is het marktaandeel toegenomen of juist verminderd? Ook de regelgeving door de E.C. (Europese Commissie) voor bepaalde producten kan van invloed zijn.


De financiële positie van de onderneming is een volgend zeer belangrijk punt. Gegevens, die nodig zijn om de financiële kracht te bepalen, worden ontleend aan de balans van het bedrijf.


Onder de balans ver­staat men in dit opzicht een overzicht van de waarden die de bezittingen, de schulden en het eigen vermogen van een huishouding (in dit geval: een onderneming) op een bepaalde datum vertegenwoordigen.

Aan de debetzijde (de linkerzijde) van deze balans komen de bezittingen voor; aan de creditzijde (de rechterzijde) de schulden en het eigen vermogen. Het eigen vermogen aan de creditzijde doet vreemd aan, maar juist het verschil tussen bezittingen (aan de debetzijde) en schulden (aan de creditzijde) stelt het eigen vermogen van de onderneming voor. In feite is het eigen vermogen ook een schuld, namelijk een schuld aan de eigenlijke eigenaren van de onderneming: de aandeelhouders.

De optelsom van de posten aan de debetzijde is dan gelijk aan de optelsom van de posten aan de creditzijde: de balans is in evenwicht.


Balansvoorbeeld van onderneming X:


DEBET


CREDIT


VASTE ACTIVA

VLOTTENDE ACTIVA

LIQUIDE MIDDELLEN

€ 850 mln

- 460 mln

 -  95 mln

-------------

€ 1.405 mln

EIGEN VERMO­GEN

KORTLOPENDE SCHULD 

LANGLOPENDE SCHULD

€  895 mln

- 150 mln

- 360 mln

--------------

€ 1.405 mln


Onder de bezittingen worden de volgende posten beschouwd:


-de vaste activa (bezittingen met een langdurig karakter): duurzame productiemiddelen, zoals gebouwen, terreinen, machines en inventarissen. Op de balans komen deze middelen voor tegen de aanschafprijs minus de jaarlijkse afschrijving. Dit noemt men dan de boekwaarde;

-de vlottende activa (bezittingen die snel in de vorm van geld kunnen worden omgezet): voorraden grondstoffen, voorraden producten in bewerking en gerede producten;

-liquide middelen, zoals kasgeld en saldi bij banken.


Onder de schulden worden beschouwd:

schulden op korte termijn en schulden op lange termijn.

Onder schulden op korte termijn (kortlopende schulden) verstaat men schulden die binnen een jaar opeisbaar zijn (schulden aan bankinstellingen en crediteuren). Onder schulden op lange termijn (langlopende schulden) verstaat men schulden die langer dan een jaar uitstaan (obligatieleningen, hypotheken, pensioenvoorzieningen ­voor personeel, onderhandse leningen bij banken).


Hoe meer schulden een onderneming heeft, des te zwakker is haar financiële positie. De verhouding eigen vermogen / vreemd vermogen is daarbij een belangrijke ratio (zie verder bij solvabiliteit). Onder vreemd vermogen verstaat men het totaal aan schulden.


Een volgend belangrijk gegeven is de liquiditeitspositie. Deze is een maat volgens welke het bedrijf in staat is op korte termijn schulden te betalen zonder de continuïteit van het bedrijf in gevaar te brengen. Een ratio die gebruikt wordt om de liquiditeitspositie van een bedrijf te kunnen beoordelen is wel de current ratio. Deze wordt berekend uit:


     current ratio = (vlottende activa + liquide middelen) / kortlopende  schulden.


Ofwel de verhouding tussen snel in geld om te wisselen middelen plus direct opvraagbaar geld tegenover de binnenkort te betalen schulden. Een uitkomst van 1,5 of hoger mag als een gunstige liquiditeitspositie worden beschouwd. In ons voorbeeld: current ratio = (460 mln. + 95 mln.) /150 mln. = 3,7 ;  dit is dus een zeer goede positie.


Het gegeven dat aangeeft in welke mate het bedrijf in staat is op lange termijn aan zijn financiële verplichtingen te voldoen noemt men de solvabiliteit.

Een hoge graad van solvabiliteit maakt het voor een bedrijf ook een­voudiger om te expanderen. Voor de beoordeling hier­van gaat men uit van de verhouding tussen de totale bezittingen en schulden van de onderneming. Dit resulteert in:


1) solvabiliteitsratio =  eigen vermogen / balanstotaal,  of


2) solvabiliteitsratio =  eigen vermogen / vreemd vermogen.


Het balanstotaal is de som van alle posten aan de debetzijde óf de creditzijde van de balans (in ons voorbeeld dus € 1405 mln.).


Van bovenstaande ratio's wordt  2) het meest toegepast.


In ons voorbeeld is de ratio volgens 1) 63,7%, dat betekent, dat 63,7% van het totaal geïnvesteerd vermogen bestaat uit eigen vermogen.


De ratio volgens 2) komt uit op 1,75. Het eigen vermogen is dus 1,75 maal zo groot als het totaal aan schulden. Over het algemeen wordt de huidige norm voor de solvabiliteit (deze norm is geen vaste grootheid; zij is in de loop van de tijd aan verandering onderhevig) voor industriële, handels- en dienstverlenende ondernemingen gesteld op ten minste 50%. Dat wil dus zeggen, dat het eigen vermogen ten minste gelijk moet zijn aan het totale vreemd vermogen (solvabiliteits­ratio = 1).


Hoe groter het eigen vermogen is ten opzichte van het vreemd vermogen, hoe groter de draagkracht is en hoe gemakkelijker het is om verliezen op te vangen zonder gevaar voor surseance van betaling (door de rechtbank aan de schuldenaar verleend uitstel van betaling).


De hoogte van de financiële verhoudingscijfers zijn niet onbelangrijk; het is echter toch meer de ontwikkeling in de ratio's die bepalend moet zijn voor een oordeel over de financiële gang van zaken van een onderneming.

De analist zal dan ook de liquiditeit en de solvabiliteit van een onderneming over de afgelopen vijf à tien jaar volgen.

 





Terug naar Beurstips

Actueel Beursnieuws en Financieel Nieuws