Rendement op obligaties




Onder rendement wordt in het algemeen verstaan de verhouding tussen een geïnvesteerd bedrag en de opbrengst daarvan. De eerste opbrengst die we bij een obligatie zien, is de jaarlijkse rente. Deze rente ligt gewoonlijk een stuk hoger dan de rente op een spaarrekening. Lang niet altijd zal een emittent (de onderneming die de lening uitgeeft) een obligatie tegen een koers van 100% uitgeven. Om beleggers voor zich te winnen kan hij de lening uitschrijven met een iets hogere rente dan welke op dat moment op de kapitaalmarkt geldt.

 


De emissiekoers komt dan ook iets boven de 100 te liggen. Stel: men kan inschrijven (een nieuwe emissie wordt gewoonlijk in de grote dagbladen en op internet  aangekondigd) op een obligatielening van 4% tegen een emissiekoers van 100%. De belegger zal dan jaarlijks € 40,- per obligatie van € 1.000,- gaan ontvangen. Indien men inschrijft op een lening met een jaarcoupon van 4¼ % en een emissiekoers van 101%, dan ontvangt hij € 42,50 op een investering van € 1.010,-.

Het jaarlijkse couponrendement is dan:

 

               4¼ 

            ------- x 100%  = 4,21%.

             101

 

Het couponrendement wordt dus uitgedrukt als percentage van de beurskoers en is te vergelijken met het dividendrendement bij aandelen.


oude obligatie  

Daarnaast kent de obligatie ook het koersrendement. Stel dat laatst­genoemde obligatie door u gekocht is op koers 101. De lening zal na verloop van tijd tegen de nominale waarde (= à pari) 100 worden afgelost. Heeft de obligatie een resterende looptijd van zes jaar, dan wordt het jaarlijkse koersrendement:

 

jaarlijks koersrend. = [nominale waarde - (emissie) koers] / loop­tijd

                          = [100 - 101] / 6

                          = - 0,16%

 

Het totale rendement (= effectief rendement) is dan 4,21% - 0,16% = 4,05% (het effectief rendement zal altijd in de buurt van de gangbare marktrente liggen).

 

Het koersrendement is dus negatief indien de obligatie is aangekocht op een koers boven 100 en is positief bij aankoop beneden een koers van 100.

 

De volledige formule voor de bepaling van het effectieve rendement wordt dan: (koers is in dit geval de emissiekoers).

 

jaarlijks eff. rend. = (coupon x 100) / koers + (nom. waarde - koers) / looptijd.

 

Veelal wordt bij de berekening van het rendement ook de 'gemiddelde looptijd' gebruikt. De gemiddelde looptijd is dan de periode die ligt tussen het jaar van uitgifte en het jaar waarin globaal genomen de helft van de lening is terugbetaald.

 

Het koersrendement is fiscaal onbelast.

 

Indien u in een hoge loonheffingschaal zit (> 50%) is het voor u voordeliger een obligatie met een laag couponrendement, maar met een hoog koersrendement te zoeken.

 

De looptijd is mede bepalend voor de koersvorming van de obligaties. Een obligatie die pas over vijftien jaar wordt afgelost zal een lagere koers hebben dan een gelijkrentende obligatie die over één jaar wordt terugbetaald.

Indien beide obligaties een koers van 85 zouden bezitten, dan zou laatstgenoemde obligatie in dat laatste jaar een koerswinst van (100 - 85) / 1 = 15, dus € 150,- geven, dit is 15/85 x 100% = 17,6% van de investering van € 850,-. Bij de eerst­genoemde obligatie moet deze zelfde koerswinst nog eens door 15 (jaar)  worden gedeeld; wordt dus € 10,- per jaar. Deze onvolkomenheid wordt opgevangen doordat de koers van een obligatie langzaam naar de 100 beweegt naa­mate het aflossingstijdstip nadert.

 

Zoals u weet zal de obligatiekoers stijgen als de marktrente daalt. Stijgt de koers van een door u op koers 102 gekochte obligatie naar 106, dan maakt u bij verkoop een koerswinst van € 40,- per obligatie. Daar staat dan wel tegenover dat u dan niet meer kunt profiteren van de hogere (dan de huidige marktrente) couponrente.

Enkele opmerkingen die een juiste selectie in obligaties kunnen bevorderen.

 

Een stijgende rente zal de obligatiekoersen doen dalen. Koop dus alleen obligaties als u ervan overtuigd bent dat de rente niet (meer) zal stijgen.

 

Een hoge couponrente is aanlokkelijk. Echter, bereken steeds wat er na toepassing van uw belastingtarief van uw obligatieinkomen overblijft. Hoge couponrenten zijn alleen interessant bij lage belastingschalen.

 

Er bestaan langlopende obligatieleningen met het recht van vervroegde aflossing. Op het moment van een flinke rentedaling kan diegene die de obligatie heeft uitgegeven tot vervroegde aflossing overgaan. Hij kan dan immers de oude hoogrentende lening omzetten in een lening met een veel lagere couponrente. Het verdient aanbeveling deze vervroegd aflosbare leningen niet te kopen. U kunt namelijk op de meest ongelegen momenten de hoofdsom terugkrijgen.

 

Koop alleen obligaties uitgegeven door betrouwbare instellingen (Nederlandse Staat en grote ondernemingen). Deze zijn op de beurs ook beter verhandelbaar. Als een onderneming failliet gaat, is de kans zeer groot dat de aandeelhouder, maar ook de obligatiehouder hun geïnvesteerd vermogen geheel of gedeeltelijk verliezen. Hoe kleiner nu deze onderneming, des te groter de kans dat ooit eens een faillissement moet worden aangevraagd. Des te hoger zal daarom de rente op de door het bedrijf uit te geven lening zijn om voldoende beleggers te vinden.





Terug naar Beurstips

Actueel Beursnieuws en Financieel Nieuws